Stet
08 februari 2010
Stetis drukkersjargon en betekent “laat het staan”. Met een stippellijn en “stet” in de marge duidt de tekstredacteur aan dat een geschrapte passage niet mag verwijderd worden. “Stet” is ook de titel van een boek over het redacteursverleden van de legendarische Diana Athill. Zij werkte jarenlang met André Deutsch in de uitgeverij die zijn naam droeg.
“André Deutsch” was, totdat de uitgeverij in de jaren ’80 werd verkocht, een kwaliteitslabel. Athill waakte over de literaire kwaliteit van het fonds en was verantwoordelijk voor de begeleiding van zijn auteurs. In 2008 kreeg “Somewhere towards the end”, waarin de toen 91-jarige gewezen uitgeefster op haar lange leven terugblikte, een Costa Award. Het werd in 2009 als “Goed Oud” in het Nederlands vertaald. En nu is er “Life Class”, een ruime selectie uit haar memoires. “Stet” (2000), waarnaar ik al een poos op zoek was, staat er in afgedrukt.



Het moet halverwege de jaren zeventig geweest zijn. Ik nam een abonnement op het weekblad De Haagse Post, dat toen nog niet zo glossy was. Het had wat met de boeiende poëzierubriek te maken, die Bernlef, toen nog J. Bernlef, in dat blad verzorgde. Wat later publiceerde hij “Het ontplofte gedicht”, opstellen over poëzie waarin hij een aantal twintigste-eeuwse dichters introduceerde. De titel “Het ontplofte gedicht” verwees naar de Portugese dichter Fernando Pessoa die in de herfst van datzelfde jaar (1978) zijn glorieuze entree in de Nederlandse literatuur zou maken. Ik vermoed dat de spraakmakende vertalingen van August Willemsen nog net niet verschenen waren want Bernlef noemt zijn naam niet en de drie vertalingen waarnaar hij in het titelessay verwijst zijn Engelse. Las ik bij Bernlef voor het eerst over Pessoa of was het in “De kinderen van het slijk”, de onmisbare inleiding tot de moderne poëzie door Octavio Paz? Wat ik zeker weet is dat Bernlef mij de gedichten van de onbekende Konstantinos Kavàfis en van de mij alleen bij naam gekende Catullus heeft doen lezen. Gidsen als Bernlef zijn er om te koesteren. 
Hoe belangrijk is de plek waar een boek gelezen wordt? In een van de gekste boeken over lezen en lezers, “The Anatomy of Bibliomania”, een kanjer volgestouwd met anekdotes, vertelt
De Britse schrijfster
Ik vond onlangs een klein en fraai uitgegeven boekje met een lange en vooral ambitieuze titel: 
Niet lang na de voltooiing van zijn magistrale biografie over de Vlaamse schrijver Cyriel Buysse, kreeg
“Je moet terug naar de jaren ‘20 om een overeenkomst te vinden met de jaren ‘60: het verlangen van beide generaties naar jeugd en onverantwoordelijkheid, of hoe je het ook noemen wilt. Met de jongelui uit de jaren dertig deelden we de ernstige poging om werk te maken van een alternatieve politiek, maar uiteindelijk, vanuit het heden bekeken, waren we vergelijkbaar met de generatie van de jaren twintig.” Dat schrijft
Oostende is onbetwist West-Vlaams, maar met een vleug kosmopolitisme, zelfs wat oude wuftheid. Deze “Queen of Watering Places” zoals Oostendenaar Karel Jonckheere haar graag noemde, was, net als Calais en Boulogne-sur-mer, een 19de-eeuws vluchtoord voor Britse echtbrekers en schuldenaars. Het verhaal van Joodse vluchtelingen en artiesten tijdens het interbellum, van Albert Einstein tot
Recente Reacties