Logo


09 februari 2010 14:12

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Johan De Haes

Stet

Stetis drukkersjargon en betekent “laat het staan”. Met een stippellijn en “stet” in de marge duidt de tekstredacteur aan dat een geschrapte passage niet mag verwijderd worden. “Stet” is ook de titel van een boek over het redacteursverleden van de legendarische Diana Athill. Zij werkte jarenlang met André Deutsch in de uitgeverij die zijn naam droeg.

“André Deutsch” was, totdat de uitgeverij in de jaren ’80 werd verkocht, een kwaliteitslabel. Athill waakte over de literaire kwaliteit van het fonds en was verantwoordelijk voor de begeleiding van zijn auteurs. In 2008 kreeg “Somewhere towards the end”, waarin de toen 91-jarige gewezen uitgeefster op haar lange leven terugblikte, een Costa Award. Het werd in 2009 als “Goed Oud” in het Nederlands vertaald. En nu is er “Life Class”, een ruime selectie uit haar memoires. “Stet” (2000), waarnaar ik al een poos op zoek was, staat er in afgedrukt.

meer lezen …

Bernlef als poëziegids

http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.enHet moet halverwege de jaren zeventig geweest zijn. Ik nam een abonnement op het weekblad De Haagse Post, dat toen nog niet zo glossy was. Het had wat met de boeiende poëzierubriek te maken, die Bernlef, toen nog J. Bernlef, in dat blad verzorgde. Wat later publiceerde hij “Het ontplofte gedicht”, opstellen over poëzie waarin hij een aantal twintigste-eeuwse dichters introduceerde. De titel “Het ontplofte gedicht” verwees naar de Portugese dichter Fernando Pessoa die in de herfst van datzelfde jaar (1978) zijn glorieuze entree in de Nederlandse literatuur zou maken. Ik vermoed dat de spraakmakende vertalingen van August Willemsen nog net niet verschenen waren want Bernlef noemt zijn naam niet en de drie vertalingen waarnaar hij in het titelessay verwijst zijn Engelse. Las ik bij Bernlef voor het eerst over Pessoa of was het in “De kinderen van het slijk”, de onmisbare inleiding tot de moderne poëzie door Octavio Paz? Wat ik zeker weet is dat Bernlef mij de gedichten van de onbekende Konstantinos Kavàfis en van de mij alleen bij naam gekende Catullus heeft doen lezen. Gidsen als Bernlef zijn er om te koesteren. meer lezen …

Dagboeken van Orwell

Eric Blair schreef in zijn dagboek zoals hij ademde. Het hield zijn waarnemingsvermogen op scherp. De natuur in Wallingford of Marokko, mijnwerkers die tijdens de crisisjaren met waardigheid het hoofd boven water probeerden te houden, Europa in de greep van totalitaire regimes of een land dat kreunde onder de bommen, Eric Blair zag, luisterde, ontleedde en schreef het op, met gedurfde eerlijkheid en met een liefde voor heldere taal die zijn journalistieke werk buitengewoon fris en levendig heeft gehouden. Zijn dagboeken, of wat ervan overbleef, zijn nu, uitvoerig en voorbeeldig geannoteerd door Peter Davison, in één boekdeel gebundeld en uitgegeven. De lezer ziet een buitengewoon nieuwsgierige en verrassend vrije man aan het werk. meer lezen …

Waar moet ik lezen?

Hoe belangrijk is de plek waar een boek gelezen wordt? In een van de gekste boeken over lezen en lezers, “The Anatomy of Bibliomania”, een kanjer volgestouwd met anekdotes, vertelt Holbrook Jackson het verhaal van Mrs. Dyble. Deze dame woonde in het huis (nu museum) van Dr. Johnson in Gough Square. Tijdens een Duits bombardement op Londen, weigerde Mrs. Dyble, zolang haar man aan het front was, in de kelder van het 18-de eeuwse huis te gaan schuilen. Nee, ze trok naar de zolder en las er in Boswell’s Life of Johnson, tot de vijandige bommenwerpers uit het luchtruim verdwenen waren. Uitdagend, heldhaftig en flegmatisch, ongetwijfeld, maar de zolder was ook de plek waar Johnson en zijn hulpjes destijds, op een vergelijkbaar heroïsche wijze het Grote Woordenboek vervaardigd hadden. Zo staat het ook beschreven in de biografie van James Boswell. Kortom, geen betere plek om in dat beroemde boek te lezen. Of niet? Lezen we een boek best op een geassocieerde plek of juist niet, om de woorden zo zuiver mogelijk tot ons te laten doordringen? meer lezen …

Het huis van Susan Hill

De Britse schrijfster Susan Hill ging op zoek naar een boek. Ze wist dat het ergens in een kast op de overloop van haar huis stond, maar kon het niet vinden. Ondertussen zag ze in haar volgestouwde oude boerderij in de Cotswolds tientallen boeken die ze ooit of nooit gelezen had of die ze dringend wou herlezen. Kortom, de zoektocht naar een onvindbaar boek van E.M. Forster leverde uiteindelijk zelf een aardig boek op. “Howards End is on the Landing” is het luchtige maar ernstige verslag van meer dan zestig jaar lezen. Als studente, journaliste, schrijfster en uitgeefster heeft zij haar leven met boeken en de daarbij horende mensen en plekken gevuld. Susan Hill besloot een heel jaar lang geen nieuw boek meer te kopen, het gebruik van het aandachtversplinterende internet drastisch terug te schroeven en al schiftend, overwegend en vertellend een lijst samen te stellen met de veertig boeken die essentieel voor haar geweest en gebleven zijn. Sommige mensen nemen zich met Nieuwjaar voor in 2010 niet te drinken, of de Vasten zonder chocola door te komen of één jaar lang geen kleren te kopen. Susan Hill zag het anders. Zij schiep orde in haar lezende leven en ondernam een verdiepende “voyage autour de sa bibliothèque“. meer lezen …

Literaire smaak

Bookseller PhotoIk vond onlangs een klein en fraai uitgegeven boekje met een lange en vooral ambitieuze titel: Literary taste. How to form it. With detailed instructions for collecting a complete library of English literature“. De schrijver heet Arnold Bennett en was één van de meest succesrijke Engelse auteurs van de twintigste eeuw. Het boekje is in 1909 verschenen, precies honderd jaar geleden. Je vindt dezer dagen vele seizoensgebonden lijsten met de niet te missen boeken “van het voorbije jaar”, maar daar was het Bennett helemaal niet om te doen. Hij wou richtlijnen meegeven aan een modale maar ernstige lezer om een stevige bodem onder zijn leeslust te leggen. Geen slordige tips maar een nieuwe wijze om tegen boeken en het leven aan te kijken. Boeken en leven waren voor de Edwardiaan Arnold Bennett niet van elkaar te scheiden. meer lezen …

Flavius Josephus

Flavius Josephus (37-100) is een unieke bron van kennis over Palestina bij het begin van de jaartelling. Hij was een ooggetuige bij de verwoesting van Jeruzalem door de latere keizer Titus, dramatische gebeurtenissen die hij beschreef in “De Joodse Oorlog”. “De Oude Geschiedenis van de Joden” is een toegankelijke geschiedenis van zijn eigen geplaagde volk. En in “Tegen de Grieken” klaagde hij het anti-semitisme van zijn tijd aan. Voor de enen was hij een apologeet, voor de anderen een verrader. Tessel Jonquière schreef een wat schools ogend maar helder boekje over deze joodse priester en Romeinse burger die de Romeinse christenen met een standbeeld hebben vereerd (volgens kerkvader Hiëronymus). meer lezen …

De wereld van Cyriel Buysse

Niet lang na de voltooiing van zijn magistrale biografie over de Vlaamse schrijver Cyriel Buysse, kreeg Joris Van Parijs twee familiealbums met niet eerder gepubliceerde foto’s in handen. Dat was de aanleiding tot de uitgave van het mooi ogende boek “De wereld van Cyriel Buysse”. Joris van Parijs maakte er meer dan alleen maar een geschenkboek voor de donkere eindejaarsdagen van. De prachtige foto’s weerspiegelen de contrasten tussen een burgerlijk en een arm Vlaanderen van 1860 tot 1930, maar de goed gekozen prozafragmenten en het commentaar maken dit ook tot een leesboek dat meer dan een vluchtige inkijk verdient. En het bevestigt en illustreert de reputatie van Buysse als onafhankelijke maar gevoelige waarnemer en waarachtige schrijver, zoals wij hem in de biografie van Joris Van Parijs leerden kennen. meer lezen …

Roaring and Swinging

Je moet terug naar de jaren ‘20 om een overeenkomst te vinden met de jaren ‘60: het verlangen van beide generaties naar jeugd en onverantwoordelijkheid, of hoe je het ook noemen wilt. Met de jongelui uit de jaren dertig deelden we de ernstige poging om werk te maken van een alternatieve politiek, maar uiteindelijk, vanuit het heden bekeken, waren we vergelijkbaar met de generatie van de jaren twintig.” Dat schrijft Jenny Diski (1947) in “The Sixties”, een lang autobiografisch en “zuur-zoet” essay over haar generatie, opgenomen in de reeks “Big Ideas” van Lisa Appignanesi. De jaren ‘20, waarnaar Jenny Diski verwijst, zijn dan weer het onderwerp van “Anything Goes. A biography of the Roaring Twenties.”. De auteur Lucy Moore (1970) was uiteraard geen getuige, maar zij heeft een aantal facetten en markante figuren uit de Amerikaanse “Roaring Twenties” op een levendige wijze geschetst. De “Roaring Twenties” en de “Swinging Sixties” zijn de twee decennia van de 20ste eeuw die een typerend adjectief hebben gekregen. meer lezen …

Mutsaers en Hood in Oostende

Oostende is onbetwist West-Vlaams, maar met een vleug kosmopolitisme, zelfs wat oude wuftheid. Deze “Queen of Watering Places” zoals Oostendenaar Karel Jonckheere haar graag noemde, was, net als Calais en Boulogne-sur-mer, een 19de-eeuws vluchtoord voor Britse echtbrekers en schuldenaars. Het verhaal van Joodse vluchtelingen en artiesten tijdens het interbellum, van Albert Einstein tot Joseph Roth, is goed bekend en beschreven. Voor de moeder van Eric De Kuyper bleef Oostende de havenstad waar tussen 1914 en 1918 aan de overkant een onbezet en machtig land lag. Voor Charlotte Mutsaers gebeurde het allemaal in omgekeerde richting, toen ze begin jaren tachtig in het gezelschap van Jan Fontijn met de ferry uit Engeland in een donker Oostende aanmeerde. Na een nacht in een louche hotelletje werden ze allebei verliefd op de stad en even later had Oostende er twee enthousiaste deeltijdse bewoners bij.

Minder bekend is het verhaal van de Engelse dichter Thomas Hood (1799-1845) die door schulden en ziekte in Oostende belandde en er twee jaar met zijn familie verbleef. Zijn fantasierijke, soms grappige en macabere gedichten, met eigen tekeningen verlucht, en zijn maatschappelijke engagement roepen met James Ensor als link, zo niet verwantschap dan toch merkwaardige parallellen met het werk van Charlotte Mutsaers op.

meer lezen …