blog/Johan De Haes

Een zomer in België (1)

Het Engelse stadje Stamford is een juweel. Het wordt voorlopig ongemoeid gelaten door toeristen, maar filmproducenten op zoek naar intacte decors voor hun 18de of 19de eeuwse ‘costume drama’s’ weten het wel liggen. Ik kocht er een intrigerend boek. “A saunter in Belgium in the summer of 1835; with traits, historical and descriptive”. De auteur heet George St. George. Het enige wat ik over hem te weten kwam, staat in het boek. Hij noemt zich Engelsman, maar vergelijkt mensen en landschappen vaak met wat hem in Ierland is opgevallen. En bij de beschrijving van een heilige mis in de Gentse Sint-Baafskathedraal bekent hij zich “van hetzelfde geloof” als de celebranten. Dat doet hij om zijn geloofwaardigheid te staven want “ik zag nooit mannen met zulke sinistere tronies”.

Britten in het nieuwe koninkrijk

Waarom trokken zo vele Britten naar het jonge België? Ongeveer om dezelfde redenen waarom ze later in de 19de eeuw naar het verre Toscane verhuisden (maar daar was het klimaat een troef). De levensduurte in de nieuwe natie was laag. Het onderwijs was er goedkoop. Je moest geen schuldeisers vrezen. En wie een moeilijke en dure echtscheiding wou vermijden, stak best af en toe het kanaal over. Met wat zin voor initiatief en zonder al te veel kosten kon je er je nieuwe vrouw onderdak verschaffen. De Britse burgers in België hadden geen te beste reputatie (‘a queer and not very edifying society’) schrijft Victoria Glendenning in haar biografie van Anthony Trollope. Getrouwde stellen uit Albion dansten er graag “chassée croisée”. Dat was versluierende taal voor partnerruil.

De Trollopes in België

De zieke vader van Anthony Trollope had een slecht hoofd voor zaken. In 1834 moest de familie Trollope hals over kop naar Brugge vluchten, waar ze in een villa aan de Smedenpoort onderdak vond. Frances Trollope nam het heft in handen. Ze was vijftig en begon uit noodzaak boeken aan de lopende band te schrijven, omringd door drie stervenden: een man, een dochter en een zoon. Een andere zoon leefde er op na zijn verschrikkelijke kostschooljaren. Anthony was 19 en genoot van het vrouwelijke schoon in de rustige Brugse straten. Na enkele weken schoolmeesteren in Brussel, in ruil voor lessen Frans - een taal die hij nooit zou beheersen – was het Belgische avontuur voor hem voorbij. De immer praktische Frances Trollope had een baantje voor haar zoon versierd. Hij zou carrière maken bij de Britse Post en een van de beste en snelst producerende schrijvers uit de 19de eeuw worden. Maar dat is een ander verhaal.

Trollope en St. George

Fanny Trollope wijdde maar een deel van haar “Belgium and West Germany in 1833” aan het nieuwe koninkrijk. Ze verkeerde vaak in fijn gezelschap, Brits en Belgisch, en dineerde in Brussel met le duc d’Aremberg. Op haar herhaalde vraag naar de toekomst van de nieuwe staat werd overal afwachtend met “Ca ira pour le moment” (sic) gereageerd. Ook toen al. Maar hoe anders is het onbekende boek van George St. George. “A saunter in Belgium” bevat jammer genoeg een overdosis aan historische schetsen overgeschreven uit Guicciardini en Froissart. De betrouwbaarheid ervan is vaak twijfelachtig. In vergelijking met Frances Trollope en anderen vind je bij St. George wel twee ongewone en sympathieke kenmerken.

Onder de mensen

“Saunter” betekent “wandeling”. Dit is het verslag van wat grotendeels een zomerse voetreis was. Onmiddellijk na zijn aankomst in Calais beschrijft de Britse reiziger zijn uitrusting: “een blauwe bloes zoals gedragen door gewone landmensen, een Franse pet van paardenhaar, een lichte knapzak met vers linnen, scheergerief, een paar laarzen, een telescoop, een kaart en, op zijn rug gebonden, een korte rubberen regenjas.” Hij is op zoek naar lering en vermaak en streeft naar “een complete assimilatie in uiterlijk en gedrag met het soort mensen dat hij zal observeren en in wier midden hij een zomer lang zal leven.” Als Frances Trollope door Vlaanderen en Brussel reist, is het of burgers en landmensen, adel en handwerklieden, allemaal Frans spreken. Niet zo bij George St. George. Plaatsnamen, huizen en voorwerpen krijgen vaak een inheems equivalent. De man probeert zelfs een mondje Vlaams te spreken. Het gesprek in het Engels met een boer uit Veurne zorgt dan weer voor een frisse en komische noot. Maar dat leest u hier volgende week..

Reageer