blog/Johan De Haes

Girls in a twitter

  Een opmerkelijke geheimhouding in de literatuurgeschiedenis had in Haworth in het Engelse graafschap Yorkshire plaats. Daar woonden de drie dochters van de plaatselijke dominee in het pastoriehuis dat uitkeek op kerk en kerkhof, maar achteraan toegang gaf tot de onherbergzame “moors”. De drie zusters hadden samen met broer Branwell hun jeugdige fantasieën in schriftjes opgetekend, maar in 1847 werd het menens. Kort na elkaar verschenen de romans “Wuthering Heights”, “Jane Eyre” en “Agnes Grey”. Als Currer (Charlotte), Ellis (Emily) en Acton (Agnes) Bell zullen deze drie jonge vrouwen (van wie twee nog voor hun dertigste overlijden) bekendheid krijgen. Hun echte namen bleven nog een tijdje voor de buitenwereld verborgen. De geesten waren voor een openlijk auteurschap nog niet rijp. Hun succes riep nog teveel vragen op. Laaiden de passies niet te hoog op in “Jane Eyre” en “Woeste Hoogten”? Was dit moreel wel verantwoord? Was de taal niet te ruw?

Critici hadden nog groter voorbehoud gemaakt indien ze geweten hadden dat de Bells geen broers maar zusters waren. Mannelijke pseudoniemen waren een voorwaarde om dit “ongepolijste” en romantische proza gepubliceerd te krijgen. Maar nu ging het gerucht dat het om één en dezelfde persoon ging. Zwijgen kon niet langer meer. Anne en Charlotte Brontë namen in allerijl vanuit Leeds de nachttrein (!) naar Londen en kwamen op 4 september 1848 op 65, Cornhill aan, het adres van uitgeverij Smith, Elder en co.

“Did you wish to see me Ma’m?”

Charlotte beschreef het onverwachte bezoek in een levendige brief aan vriendin Mary Taylor. “ ‘Mag ik meneer Smith zien?’ – De man aarzelde en keek verbaasd op – maar ging hem halen. ‘Wilt u mij zien, mevrouw?’ – ‘Mijnheer Smith?’, vroeg ik door mijn bril opkijkend naar een grote en knappe jongeman – ‘Jawel’ – Ik overhandigde hem de brief gericht aan Currer Bell. Hij keek ernaar – dan naar mij – dan opnieuw naar de brief – dan weer naar mij. Ik lachte om zijn bizarre verwarring – er ging hem een licht op – ik zei hoe ik heette – ‘Miss Brontë’.” Het was het begin van een opgewonden en enthousiaste kennismaking.

Then’, schrijft Charlotte ‘followed talk, talk, talk.’ Later vraagt de uitgever aan de zussen of ze een bezoek willen brengen aan William Thackeray en G.M. Lewes (een scherpzinnige criticus en de minnaar van schrijfster George Eliot). Het zou deze invloedrijke literaire zwaargewichten zeker plezieren. Charlotte vindt het geen goed idee: “We hadden ons alleen aan onze uitgever bekend gemaakt, om alle misverstanden omtrent ons zorgvuldig bewaard geheim uit de weg te ruimen. Voor de rest van de wereld bleven we ‘gentlemen’, net als voordien.” (J. Barker, The Brontës. A life in Letters, 1997)

Dochter van een gevierde musicus

Een van de spannendste en best gedocumenteerde verhalen over een goed bewaarde schuilnaam dateert van 1778. Dat jaar publiceert Frances (‘Fanny’) Burney de roman “Evelina”. Veel later, na haar huwelijk met een Franse émigré generaal, stond zij als Madame d’Arblay bekend. “Evelina or a Young Lady’s Entrance into the World” is een roman over de integratie van een jonge vrouw in de ‘polite society’ van haar tijd. Dit “ironisch boek over etiquette” werd een bestseller. Fanny Burney leefde tot 1840 en hield vanaf haar prille tienerjaren een dagboek bij. Haar vader was de beroemde componist en muziekhistoricus Charles Burney. Zo raakte ze al jong vertrouwd met zijn vrienden: de politicus Edmund Burke, de acteur David Garrick, de schilder Joshua Reynolds en de criticus Samuel Johnson.

Manuscripten op een brandstapel

Schrijven deed zij al vroeg, met tantes en zusters als publiek. Maar dat geheime schrijven viel niet bij haar stiefmoeder en vader in de smaak. Het eindigde met een brandstapel in de tuin en de belofte om op te houden met dat gevaarlijke “fabulieren”. Maar de impuls tot schrijven bleek te sterk. Fanny herbegon (vooral als de ouders elders logeerden), vertelde wat halve waarheden aan vader Charles en kreeg door bemiddeling van een broer het boek bij een uitgever gepubliceerd. Haar handschrift was moedwillig vervormd. Omdat Fanny de partituren van haar vader kopieerde, was haar handschrift niet onbekend in geletterde kringen. Maar er stond wel geen auteursnaam op het titelblad van haar eerste roman.

Een “twitterende” jongedame

Het postuum (1842) gepubliceerde ”Diary and Letters of Madame d’Arblay” evoceert onder meer de hectische dagen voor de slag bij Waterloo, toen Fanny aan de Houtkaai in Brussel verbleef. Jaren voordien had ze als hofdame van de Koningin gewerkt. Bekend is haar beschrijving van een kleine achtervolging in Kew Gardens, door de gekke koning George III (een bekende passage die gebruikt werd in de succesrijke film “The Madness of King George”).

Het meerdelige dagboek begint met de geheimhouding en opwinding rond de publicatie van “Evelina”. Fanny Burney was toen amper zeventien jaar oud. Nieuwsgierig en voorzichtig peilt ze naar reacties en meningen over haar boek. Meer dan eens praat ze bijna haar mond voorbij. De geruchtenmolen, plus de fierheid en de schaamte erover zorgen voor de eerste opwinding (“a kind of twitter”) van een beginnend schrijverschap. “Ik kreeg de interessantste brief die ik ooit kon krijgen”, schrijft Fanny, “want hij bevatte het bericht dat mijn liefste vader eindelijk mijn boek aan het lezen was. Het is nu al zes maanden van de pers.” De bijval voor Evelina in de literaire wereld en bij “de Fijnste Geesten en de Groten van haar tijd” – lang voor de identiteit van de auteur algemeen bekend was - was op zich beschouwd al een sprookje, schreef Burney-biograaf Joyce Hemlow. Het hoogtepunt is een diner waarbij ze naast Samuel Johnson mag zitten. De grote brombeer lacht en deelt complimentjes uit, en speelt het spel graag mee.

Fanny en Jane

“Evelina” zou alleen al door de invloed op het werk van Jane Austen, nooit vergeten mogen raken. Maar net als Fanny Burney was ook Jane Austen een vrouw uit de hogere middenklasse. Schrijven als tijdverdrijf, zeker in afwachting van een huwelijk, werd getolereerd en in huize Austen zelfs aangemoedigd. Maar publiceren onder eigen naam was wat anders. Schrijver om den brode was, zelfs voor een man, een “risqué” beroep. Claire Harman schetst in “How Jane Austen conquered the World” hoe moeilijk de boeken van Jane Austen hun weg naar een uitgever vonden (wat de kwaliteit en de afwerking zeker ten goede is gekomen). Een broer moest ook hier de weg effenen en dat lukte niet van de eerste keer. Al haar romans verschenen uiteindelijk (enkele postuum) zonder de vermelding van haar naam op het titelblad. Ook op het grafschrift in de kathedraal van Winchester is uit al de vrome en lovende woorden niet op te maken dat zij ook een schrijfster was. Volgens Claire Harman heeft Jane Austen trouwens maar één keer haar eigen naam in een boek gedrukt gezien: bij de intekenaars voor “Camilla”, de derde roman … van Fanny Burney. Samuel Richardson en Fanny Burney zijn de twee meest voorkomende schrijversnamen in wat er van haar briefwisseling is overgebleven, merkt Claire Harman op. “Camilla” maakte een grote indruk op Jane Austen. Zij vermeldt het boek in de bekende passage in haar roman “Northanger Abbey” waar het genre met vuur wordt verdedigd.

Reageer