Jean-Claude Carrière (1931) is een gerenommeerde scenarist. Hij schreef erudiete boeken over het boeddhisme en verzamelt oude Franse volksboeken. Umberto Eco (1932) hoeft geen introductie. “De naam van de roos” zegt genoeg. Zijn werk als semioticus was al vroeger bekend en als verzamelaar van zeldzame “domme” boeken beschouwt hij zichzelf als een zielsverwant van Gustave Flaubert. Beurtelings in Parijs en Monte Cerignone voerden zij gesprekken onder leiding van Jean-Philippe de Tonnac en het resultaat is een lichtvoetig, erudiet, amusant en toch ernstig boek over de toekomst van datzelfde boek. “Zo gemakkelijk kom je niet van boeken af” luidt de titel die al aangeeft dat beide heren geen kortzichtige of modieuze doemdenkers zijn. De wijze waarop zij met veel zwier de meest curieuze en treffende verhalen uit hun geheugen opvissen, maakt dit tot een zeer genietbaar geschrift.
De verdwijning van het boek
Alarmkreten over de verdwijning van het boek en over een collectief vergeten zijn zo oud als het schrift zelf, maar digitalisering en de verschijning van het e-book zorgen voor onrust. Ten onrechte, zeggen Carrière en Eco. Net zo min als de fotografie of de film het schilderij of het toneel hebben verdreven, zal het e-book het gedrukte boek doen verdwijnen. Hoogstens zullen ze nog een tijd naast elkaar bestaan. En wellicht is het oude boek taaier. Electronische dragers van tekst zijn namelijk kwetsbaarder, omdat ze - bij voorbeeld - van elektriciteit afhankelijk zijn. En ze verouderen ook razendsnel, blijken al snel onleesbaar, zoals onze floppy discs en videocassettes. Bovendien gaat van het schrift, waarbij de hand in onmiddellijke verbinding met de hersenen staat, een grote zintuiglijke kracht uit. Net als het wiel is het onverwoestbaar want fundamenteel onverbeterbaar. Vuur is de grote vijand, maar het oude en beproefde boek heeft de meeste kansen om een natuur- of andere ramp te overleven. Keep it simple.
Vandalen, inquisiteurs en dommeriken
Het gesprek tussen Jean-Claude Carrière (foto) en Umberto Eco is springerig en slaat vele zijwegen in. Allerlei nieuwe problemen die eeuwenoud blijken te zijn komen aan de orde. Zo is er de sacraliteit van het boek in de judeo-christelijke en islamitische wereld, waar één boek norm en wereldbeeld vertegenwoordigt. Ook Jean-Claude Carrière, die uit een ongeletterde familie afkomstig is, dankt zijn liefde voor het boek aan dat ene boek dat in zijn kinderjaren zichtbaar (en onleesbaar) op het altaar lag. Toch schreef Jezus Christus zelf geen boek, liet zelfs niet als de Boeddha een voetafdruk met voorschriften na. Evenmin mogen we vergeten dat christenen en islamieten, net als Mongolen en nazi’s ook grote boekvernietigers zijn geweest. De conquistadores vernietigden een hele schriftcultuur in Zuid-Amerika. Gelukkig, verzekeren ons beide heren, maken het internet en andere communicatienetwerken de vernietiging van boeken, laat staan van een hele schriftcultuur, bijna onmogelijk. Boekverbranding, censuur, de gelijkmatige verspreiding van domheid en kennis, verzamelen en stelen, de canonieke en toevallige filtering van ons geheugen, er is nauwelijks een aspect van het verschijnsel boek dat in deze vinnige maar vriendelijke gesprekken niet aan bod komt. En wie, geef nu toe, wil een gesprek missen dat deze titel draagt: “Onze kennis van het verleden hebben we te danken aan idioten, imbecielen of tegenstanders”?
Hoogtepunten uit een conversatie
Een samenvatting proberen te geven van al wat deze twee heren hebben aangesneden of becommentarieerd zou afbreuk doen aan de levendigheid en de bescheidenheid van hun gesprekken, die een vuurwerk zijn van hypothesen, curiositeiten, raadsels, grappen, paradoxen en anekdotes. Ze besluiten met alles behalve gemakkelijke of paniekerige conclusies. Een paar staaltjes uit de conversatie van beide geleerde heren kunnen wellicht de honger van een potentiële lezer stimuleren.
“Ik ben het er heus wel mee eens dat cultuur niet hetzelfde is als precies weten wanneer Napoleon stierf. Maar het lijdt geen twijfel dat alles wat je zelf weet, en zelfs 5 mei 1821, de sterftedatum van Napoleon, je een bepaalde intellectuele autonomie verschaft.”(Eco)
(over het internet) “We waren ervan overtuigd dat met de globalisering de hele wereld op dezelfde manier zou denken. Maar het resultaat is op elk punt tegenovergesteld: ze draagt bij aan de versnippering van de gemeenschappelijke ervaring.“(Eco)
(over de 18de eeuw) “We zouden bijna kunnen zeggen dat de periode waarin Frankrijk het grootste prestige kent, ook de periode is waarin het zich de poëzie heeft ontzegd.” (Carrière)
“Je zou over Kircher kunnen zeggen dat hij een soort internet avant la lettre is, dat wil zeggen, hij wist alles wat er te weten viel en wat hij wist was voor vijftig procent juist en voor vijftig procent fout of fantasie. Een verhouding die misschien vergelijkbaar is met wat wij op onze schermen kunnen raadplegen.” (Carrière)
“Hoeveel kostbare documenten, zeldzame boeken zijn aan de vernietiging overgeleverd uit pure verstrooidheid, slordigheid of onverschilligheid? Onverschillige mensen hebben misschien meer schade veroorzaakt dan vernielers” (Carrière)
“Hamlet is geen meesterwerk, het is een rommelige tragedie (…) omdat het zich verzet tegen onze interpretaties is het een meesterwerk geworden.” (Eco)
“Voor sommige mensen is het onmogelijk de wereld te aanvaarden zoals hij is. Omdat ze de wereld niet kunnen overdoen, moeten ze hem per se herschrijven.” (Carrière)
“Het is niet juist dat godsdienst opium voor het volk was, zoals Marx heeft geschreven. Opium had het volk onschadelijk gemaakt, verdoofd, in slaap laten vallen. Nee, godsdienst is de cocaïne van het volk. Het hitst de massa’s op.” (Eco)
“Dat boeren vroeger niets zeiden, wilde niet zeggen dat ze dom waren. Beschaafd betekent niet per se intelligent. Nee. Maar tegenwoordig willen al die mensen zich laten horen en in sommige gevallen laten ze onvermijdelijk alleen hun domheid horen.” (Eco)
(Boeddha werd pas later door Griekse kunstenaars afgebeeld) “Dus hebben de Taliban zonder het te weten meegewerkt aan de terugkeer naar de oorsprong van het boeddhisme zelf. Voor de ware boeddhisten zijn die lege nissen in de Bamiyanvallei misschien veelzeggender, voller dan vroeger.” (Carrière)
“Het is vreselijk, de jammerklacht van stervende mensen die vaststellen dat hun laatste uur geslagen heeft en dat ze Proust nog niet gelezen hebben.” (Carrière)
“Een verzameling boeken is een masturbatiefenomeen, het is een solitaire bezigheid, en je treft zelden mensen die je passie kunnen delen.” (Eco)

(Umberto Eco & Jean-Claude Carrière, Zo makkelijk kom je niet van boeken af. Gesprekken over boeken onder leiding van Jean-Philippe de Tonnac. Vertaald door Liesbeth van Nes. Uitgeverij De Bezige Bij 2010)



Recent Comments