Logo


03 september 2010 01:15

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Johan De Haes

The Poet Laureate

De eerste officiële Poet Laureate was de dichter en toneelschrijver John Dryden. Hij werd door de Stuart-koning Charles II aangesteld. Van een “laureate” verlangt men dat hij koninklijke geboortes en huwelijken in verzen bezingt. “Versificator Regis” was een oudere en onbruikbaar geworden maar niet onaardige titel. Toen dichters aristocratische brood- en beschermheren nodig hadden, was deze functie op, het eerste gezicht althans, gemakkelijker uit te oefenen dan nu. De afhankelijkheid van een dichter is ondertussen onzichtbaar en subtiel geworden. De titel “Poet Laureate” is meer dan ooit zowel een valstrik als een eer. Maar het publieke karakter van een dichterschap is ook bij ons geen taboe meer. Stadsdichters en Dichters des Vaderlands zijn niet langer schertsfiguren. Zij ontlenen hun bestaansrecht aan een vage volkssoevereiniteit en aan zichzelf, niet meer aan een vorst of burgemeester.

Publieke dichters

William Wordsworth en Alfred Tennyson waren “Poet Laureate” én dichters van formaat. Tennyson’s “Charge of the Light Brigade” is een patriottisch laureate-gedicht zoals we ons dat nu niet meer kunnen voorstellen. Thomas Edison maakte een opname van de beroemde ballade. De bejaarde dichter vond zichzelf klinken als “a squeaking mouse”. Hij had niet helemaal ongelijk. Maar wie kent nog Henry James Pye of Alfred Austin? De ideale moderne “laureate” moet John Betjeman geweest zijn: een zeer vaardige en geestige dichter die ongemeen populair was (maar dat kwam ook door zijn anti-modernistische opvattingen over architectuur). Betjeman, een tijdgenoot van Evelyn Waugh en W.H. Auden, was in de jaren ‘50 een van de eerste televisiepersoonlijkheden van de BBC. Hij leerde zijn volk naar oude Engelse kerkjes en naar met sloop bedreigde Victoriaanse gebouwen kijken. De schaars publicerende en publiciteitsschuwe Philip Larkin weigerde hem op te volgen, maar Ted Hughes was kwalitatief geen tweede keus. Kort voor zijn dood publiceerde hij nog belangrijk werk. Het roept de vraag op of deze officiële opdracht, die sinds Wordsworth weliswaar geen dichten op bevel meer inhoudt, geen rem op zijn dichterschap is geweest.

De bijna-hofdichteres

De volgende in de rij was Andrew Motion. Een veilige keuze. Motion was een respectabele poëet, dat wel, maar wellicht bekender als biograaf van Keats en Larkin. Bij zijn afscheid van het ambt bekende hij dat deze opdracht op hem gewogen had. En nu, sinds 1 mei 2009 mag Carol Ann Duffy het lief en leed van de natie vertolken. Ze stond al langer bekend als bijna-hofdichteres. Tony Blair verkoos tien jaar geleden de belegen Motion omdat hij de controversiële Duffy vreesde. Carol Ann Duffy is de eerste openlijk homoseksuele “Poet Laureate”, de eerste uit Schotland en ook de eerste vrouw die deze functie bekleedt. Zij is een dichteres die de polemiek niet schuwt. In haar vrij toegankelijke en intense gedichten zijn vaak “outsiders” aan het woord (‘”frazzled housewives, lager-sodden husbands, nervy young delinquents, and the shabby genteel stewing in their repression” schrijft The Oxford Companion to 20th century Poetry, 1994). Haar werk lokte al vroeg vergelijkingen uit met de 19de-eeuwse dichter Robert Browning. Browning was een meester-buikspreker in de poëzie. Carol Ann Duffy is een graag geziene verschijning op festivals en poëzieavonden. Zij was in 2000 te gast op Poëzie in ‘t Elzenveld, in Antwerpen.

De Maagd straft het Kind

Hij begon al vroeg te praten. Niet het goo goo goo van
de zuigeling, maar “Ik ben God”. Jozef bleef uit de buurt,
sneed een stomme Pinocchio in zijn werkplaats, hield zich
van de domme en beweerde dat hij ook maar een mens was.

Zij maakte zich zorgen in dat tweede jaar, keek op naar de hemel
en vroeg Gabriel? Gabriel? – Weet ik veel waarom.
Het dorp stond in de zon te kletsen. Het kind was eenzelvig,
zijn grote en ernstige ogen lieten je niet onberoerd.

Toen hij kon lopen, begonnen onze kinderen net te kruipen.
Onze vrouwen waren eerst gebelgd, deden later uit de hoogte.
Maria’s kind zou haar ongelukkig maken … beter een zoon
die onzin murmelde aan je borst. Googoo. Googoo.

Maar ik ben God. We hoorden zijn stem door het raam,
hoorden de klappen die ons naar buiten deden loeren.
Wat we zagen was heel gewoon. Maar later vroegen we
ons af waarom het kind niet huilde. En de moeder wel.

Havisham

Lief hartje van me, klootzak. Geen dag dat ik hem
Niet heb doodgewenst. Zo hard gebeden dat
Mijn ogen donkergroene steentjes zijn, de koorden
Op de rug van mijn handen klaar om te wurgen.

Oude vrijster. Ik stink naar herinneringen.
Hele dagen in bed terwijl ik néé kras naar de muren;
De jurk wordt geel, bevend open ik de kleerkast:
De zatte spiegel, in volle lengte, zij, ik, wie

Deed mij dit aan? Rauw gehuil, geen woorden.
Sommige nachten draaglijk, het zoek geraakte lijf
Boven op mij, mijn gladde tong in zijn mond, zijn oor,
Dan lager tot ik mezelf plots wakker bijt. Liefde en haat

Achter een witte sluier. Een rode ballon barst
In mijn gezicht. Paf. Ik haalde uit naar een bruidstaart.
Geef me een mannenlijk voor een trage huwelijksnacht.
Denk niet: het is alleen het hart dat b-b-breekt.

(Miss Havisham is een personage uit “Grote Verwachtingen” van Charles Dickens. De oude vrouw rouwt verbitterd, in bruidsjurk en tussen een half vergaan bruidsmaal, om haar niet opgedaagde bruidegom. De jonge Pip ziet haar uiteindelijk in vlammen opgaan. Charlotte Rampling was een onvergetelijke Miss Havisham – met groene ogen! – in de BBC bewerking van de roman)

Genaaid

Ik duw twee gele doppen in een uil.
Wow. Ik trek de krokodil een grijns.
Kei. Ik dicht de glibbergladde aal.

Ik trap de paardenhoeven op hun plaats.
Woest. Ik toon een stier zijn rode lap.
Te gek. Ik spreid de veren van een meeuw.

Ik wring een wezelbek tot grauw.
Wreed. Ik naai de vinnen aan een rob.
Uiteen. Ik spiets de hartslag van een kwartel.

Ik wil haar naakt en op haar knieën.
Tam. Mijn roerloze, mijn pop van vlees.
Stom. En daarna wil ik dat ze zwijgt.

(De titel ‘Stuffed’ betekent letterlijk ‘opgevuld, als bij taxidermie, maar ook “genaaid” als in “get stuffed’. Er stijgt veel woede op uit de poëzie van Carol Ann Duffy. In 2008 werd een gedicht van haar uit een schoolbloemlezing verwijderd. Opvoeders zijn na de recente moorden en vechtpartijen op straat en op school beducht voor messen in gedichten, als zij niet voor het schillen van aardappelen bedoeld zijn.)

2 Antwoorden op “The Poet Laureate”

  1. Tom Verhaegen Zegt:

    C.A. DUFFY POET LAUREATE
    ik ben een onvoorwaardelijke fan van Carol Ann Duffy en haar poëzie, al is dat fanatisme slechts gebaseerd op één bundel van haar, ‘Rapture’, en op enkele kindergedichten uit The Young Person’s Guide to Rock ‘n Roll.
    De liefdesgedichten uit Rapture zijn zooooo natuurlijk, hetero of homo speelt hier geen rol. De beeldspraak is vaak subliem en voor mij ongemeen herkenbaar.
    Het is maar wat je erin wil lezen.
    Tom Verhaegen

  2. Kate-online Zegt:

    Ja, waarschijnlijk dus het is

Reageer