Stet is drukkersjargon en betekent “laat het staan”. Met een stippellijn en “stet” in de marge duidt de tekstredacteur aan dat een geschrapte passage niet mag verwijderd worden. “Stet” is ook de titel van een boek over het redacteursverleden van de legendarische Diana Athill. Zij werkte jarenlang met André Deutsch in de uitgeverij die zijn naam droeg.
“André Deutsch” was, totdat de uitgeverij in de jaren ’80 werd verkocht, een kwaliteitslabel. Athill waakte over de literaire kwaliteit van het fonds en was verantwoordelijk voor de begeleiding van zijn auteurs. In 2008 kreeg “Somewhere towards the end”, waarin de toen 91-jarige gewezen uitgeefster op haar lange leven terugblikte, een Costa Award. Het werd in 2009 als “Goed Oud” in het Nederlands vertaald. En nu is er “Life Class”, een ruime selectie uit haar memoires. “Stet” (2000), waarnaar ik al een poos op zoek was, staat er in afgedrukt.
“I was not a publisher, I was an editor” schrijft Diana Athill. Boeken kiezen en persklaar maken, dat was wat ze wou en waar ze goed in was. Pas in de jaren ’80 werd het verschil tussen “editor” en “copy editor”gemaakt, tussen “begeleider van een auteur” en “tekstverzorger”. Het financiële en administratieve aspect, hoe levensnoodzakelijk ook, lag haar niet. Daar was de Hongaarse vluchteling André Deutsch wél goed in. De taakverdeling was vlug gemaakt, al lag de uiteindelijke beslissing omtrent elke uitgave bij André Deutsch zelf. Diana Athill schetst overtuigend de bohémien-sfeer tijdens deze jaren van schaarste en oorlog. Al vroeg had Diana van haar ouders moeten horen dat zij, ondanks haar exclusieve opvoeding, zelf haar brood zou moeten verdienen, wat gezien haar afkomst niet evident was. Een aangeboren indolentie die zij tijdens haar studie in Oxford kon uitleven, maakte het allemaal niet gemakkelijker. Tijdens haar werk voor de nieuwe Overseas Service van de BBC leerde zij André Deutsch kennen. Met een absoluut minimum aan kapitaal begonnen zij, samen met enkele medewerkers en zeer krap behuisd, aan hun uitgeversavontuur.
Durf en vernieuwing
Om een reputatie op te bouwen is lef en geluk nodig. Met de humoristische evergreen “How to be an alien” van George Mikes, een Hongaarse vriend van André Deutsch, haalden ze een eerste bestseller in huis, al moest Diana Athill zijn aangeleerde Engels meer dan fatsoeneren. Maar hun reputatie werd gevestigd met “The Naked and the dead”, de schokkende oorlogsroman van Norman Mailer. Gevestigde Britse uitgeverijen wilden geen enkele risico nemen met de kwistig uitgestrooide four-letter-words. André Deutsch deed dat wel. Gelukkig hielden politiek en justitie zich tandenknarsend op de vlakte. Durf en vernieuwing bleven een waarmerk van de nieuwe uitgeverij, die nog meer interessante schrijvers uit Amerika aantrok. Er was de intelligente en charmante John Updike. Hij was de ‘perfecte’ auteur want met veel begrip voor de stiel en de markt. En er was Philip Roth die na een derde, slecht verkopende boek mocht vertrekken, helaas net voor met “Portnoy’s Complaint” de grote internationale doorbraak kwam. Diana Athill hield zich ook met politieke non-fictie, kookboeken en poëzie bezig. De laatste twee genres lagen haar niet. “Poëzie kan me het sterkst ontroeren als het me even van proza weglokt, en ik kan echt niet begrijpen waarom iemand het schrijven van poëzie als zijn raison d’être kan aanvoelen”.
Redder in nood
Het tweede deel van “Stet” bevat een aantal portretten van fondsauteurs. Twee (gedeelde) pluimen op de hoed van Diana Athill zijn Jean Rhys en Mollie Keane, twee vrouwen die jarenlang niets meer hadden gepubliceerd. Bij Jean Rhys waren drank, depressie en armoe de oorzaak van haar volledige wegdeemstering. Menselijke aandacht, professionele aanmoediging en praktische raad – aan een hoogst onpraktische vrouw – zorgden voor de roman “Wide Sargasso Sea” en een spectaculaire come-back in de jaren ’60. Ook Mollie Keane, die in de jaren ’30 en ’40 als M.J. Farrell succes had gekend, begon nu onder haar eigen naam aan een tweede carrière, die literair gezien minstens zo interessant als de eerste was.
Pijnlijke breuken
André Deutsch was een uitgeverij met literair prestige maar met veel te weinig geld om royale voorschotten te kunnen betalen of om publicitaire druk uit te oefenen. Geen wonder dat vele grote namen na een tijd voor het grote geld bezweken. “Vriendschap tussen een uitgever en een schrijver is… wel, niet onmogelijk, maar zeldzaam” bekent Diana Athill. Soms zijn er andere dan financiële oorzaken voor een vertrek. Loyaliteit en huwelijksperikelen in het geval van Brian Moore en literaire gevoeligheden bij V.S. Naipaul, een groot schrijver maar een moeilijk man, die door Diana Athill scherp wordt getekend. De slecht aanvaarde (beperkte) kritiek van redacteur Athill op “Guerillas” zorgde voor een tijdelijke breuk en een definitieve verkoeling. Bij Athill brak het besef door dat een redacteur toch in grote mate een dienstmeid blijft. En wat maakte haar niettemin tot zo’n legendarische “editor”? Ongetwijfeld haar discretie en bescheidenheid, maar ook het geloof in openhartige eerlijkheid en een heldere taal, wat haar eigen proza ten goede is gekomen.
Enkele Citaten
“Het meest versleten cliché over het uitgeversvak - ‘Je ontmoet zo vaak interessante mensen’ - is juist, maar het grote voordeel van dit werk schuilt, denk ik, in de afwisseling”
“Er zijn kopers die van boeken houden omdat ze er iets van opsteken en er zijn kopers voor wie boeken niet meer dan een vorm van ontspanning zijn. De eerste groep, veruit de kleinste, zal altijd blijven lezen. De tweede groep moet verleid worden. Het is de tweede die, daartoe opgejut door het gerucht dat dit of dat boek echt iets bijzonders is, de bestseller maakt, en die ook zorgt voor de hoofdbrekens van de uitgever, want deze groep laat zich steeds moeilijker verleiden.”
“De enige auteurs van André Deutsch die ik tot mijn echte vrienden reken, maakten deze vriendschap mogelijk door naar een andere uitgever te vertrekken.”
“Ik weet dat men mij soms ‘één van de beste redacteuren in Londen’ genoemd heeft. Ik kan niet ontkennen dat mij dat plezier deed. Maar ik weet ook hoe weinig mij deze reputatie heeft gekost, tenzij routineus werk en vriendelijk zijn tegen interessante mensen”
“(Virginia) Woolf die ik in mijn jeugd verafgoodde, roept nu bij mij gêne op, omdat ze zo hoog werd ingeschat. Niet alleen behoorde zij tot “de literaire kaste”, maar ze was niet in staat voorbij haar grenzen te kijken. Dat zelfbewuste “schone” schrijven van haar en al die adjectieven - o jee, je reinste kastenormen - geven - hoeft het gezegd - geen recht op heiligverklaring”
“Oude mensen willen niet mopperen en klagen, maar ouderdom werkt met oogkleppen en hun ingekrompen gezichtsveld toont niet zelden dingen die van kwaad naar erger gaan. Daarom is het een troostende gedachte dat er nog veel buiten dat vernauwde veld bestaat, zoals toen we veertig of dertig of twintig waren.”

[”Life Class. The Selected Memoirs of Diana Athill” - Diana Athill. Uitgeverij Granta, 2009]



Recente Reacties