Logo


03 september 2010 01:10

Cobra.be als startpagina

Toon de tekst in de standaard lettergrootte Toon de tekst groter Toon de tekst extra groot


Agenda:


blog/Johan De Haes

Anthony Trollope redacteur

14 / 03 / 2010

Zullen we na onze tijdgenoten Diana Athill en Charles Monteith, eens naar een redacteur van lang geleden kijken? Niet de eerste de beste trouwens. De populaire romancier Anthony Trollope (1815-1882) heeft net als zijn illustere 19de-eeuwse collega’s Charles Dickens en William Makepeace Thackeray, zijn sporen als tijdschriftredacteur verdiend. Meer nog. Toen Thackeray besloot Trollope’s roman “Framley Parsonage” in “zijn” Cornhill Magazine te publiceren, zette deze beslissing het tijdschrift definitief op de rails. Van dan af zou Trollope verscheidene romans in feuilletonvorm laten verschijnen. In 1867 zegde hij zijn hoge functie bij de Britse Post vaarwel, om zich helemaal aan het schrijven te wijden. Daar hoorde ook het redacteurschap van het nieuw opgerichte Saint Paul’s Magazine bij. Het leverde hem behalve belangrijke sommen voor zijn eigen bijdragen, jaarlijks zo’n 1000 pond als loon op. In zijn postuum verschenen “Autobiografie” verklaart Trollope dat eigenaars en uigevers, met hun commerciële instinct, wellicht betere redacteurs zijn, als ze zich maar bekwaam en toegewijd genoeg tonen. Saint Paul’s Magazine werd in elk geval geen succes. Na drie jaar hield hij het voor bekeken. In 1870 verscheen “An Editor’s Tales”, een bundeling verhalen die tot het minst bekende werk van Anthony Trollope behoren. Alle verhalen hebben een geplaagde redacteur in de hoofdrol.

lees meer …

Waar moet ik lezen?

11 / 01 / 2010

Hoe belangrijk is de plek waar een boek gelezen wordt? In een van de gekste boeken over lezen en lezers, “The Anatomy of Bibliomania”, een kanjer volgestouwd met anekdotes, vertelt Holbrook Jackson het verhaal van Mrs. Dyble. Deze dame woonde in het huis (nu museum) van Dr. Johnson in Gough Square. Tijdens een Duits bombardement op Londen, weigerde Mrs. Dyble, zolang haar man aan het front was, in de kelder van het 18-de eeuwse huis te gaan schuilen. Nee, ze trok naar de zolder en las er in Boswell’s Life of Johnson, tot de vijandige bommenwerpers uit het luchtruim verdwenen waren. Uitdagend, heldhaftig en flegmatisch, ongetwijfeld, maar de zolder was ook de plek waar Johnson en zijn hulpjes destijds, op een vergelijkbaar heroïsche wijze het Grote Woordenboek vervaardigd hadden. Zo staat het ook beschreven in de biografie van James Boswell. Kortom, geen betere plek om in dat beroemde boek te lezen. Of niet? Lezen we een boek best op een geassocieerde plek of juist niet, om de woorden zo zuiver mogelijk tot ons te laten doordringen? lees meer …

Nom de plume

15 / 07 / 2009

  Anoniem of pseudoniem publiceren is een “wijdverspreide praktijk” zegt mijn “Penguin dictionary of literary terms”. Dan volgt een heterogene lijst van schrijvers die onder een “nom de plume” of helemaal anoniem hun boeken hebben gepubliceerd. Dat Voltaire François-Marie Arouet heette, en Molière Jean-Baptiste Poquelin, is wellicht beter bekend dan de ware naam van François Villon: François de Montcorbier. Dickens en Thackeray schreven ook onder een pseudoniem, maar hun journalistieke alter ego’s Michael Angelo Titmarsh en Boz moesten uiteindelijk plaats maken voor hun echte namen. Waarom verbergen schrijvers zich achter een schuilnaam? Voorzichtigheid, lafheid, maatschappelijke druk, het vege lijf, winstoogmerken, een spel met verschillende identiteiten of een grillige plaagstoot naar critici en lezers? Het lijkt soms of elke auteur zijn of haar reden had om identificatie te vermijden. En het blijft de vraag of dat altijd doelbewust gebeurt. lees meer …

Lezen in oorlogstijd

23 / 06 / 2009

Oorlog was ooit een gebeiteld literair onderwerp. De Ilias van Homeros is een grote oorlogsroman, een inventaris van heroïek, list, hebzucht, verraad, en propaganda. De Romeinen lieten zich ook niet onbetuigd. Caesar schreef het verslag van zijn militaire veldtocht in Gallië. Onze voorouders (voor zover zij niet als lijfeigenen de grond moesten bewerken) waren gek op ridderromans. Het Catalaanse epos Tirant-lo-Blanc en de Don Quichote zorgden dan weer voor een ironische kijk op al dat hooggestemde en heroïsche wapengekletter, maar toen waren de Middeleeuwen al zo goed als voorbij. Met de opkomst van de burgerij in Europa worden liefde en bezit de inzet van een nieuwe strijd. De oorlog verliest van zijn heroïsche pluimen (tenzij op de sjako’s van walsende officieren onder de Weense salonluchters). lees meer …

Gentlemen of the press

26 / 01 / 2009

Als naslagwerken maar niet zo veel plaats in beslag namen. Nu staat op het buffet in de eetkamer een lange rij boeken die nog net niet naar links of rechts naar beneden tuimelen. Ze manen mij tot voorzichtig koopgedrag aan maar ze staan er wel, permanent gebruiksklaar. Om te beginnen een oude Winkler Prins, hopeloos verouderd in zijn wetenschappelijke kennis, maar met een ijzersterk geheugen voor filosofen en schrijvers (al kent hij Gabriel Garcia Marquez en Jeroen Brouwers nog niet). Mijn W.P. is vertrouwd gezelschap maar even graag lees en grasduin ik in het grondige “An Encyclopedia of British Women Writers” of in het met pittige anekdotes opgewerkte “The Reader’s Companion to Twentieth Century Literature” van Peter Parker en Frank Kermode.

lees meer …

Winterson and Smith

26 / 11 / 2008

 Zaterdag was Ali Smith te gast op het Crossing Border Festival in Den Haag. In“Meisje ontmoet jongen” herinnert een personage zich een gedicht waarin een lezer bedenkt dat boeken vaak na een eerste lectuur een leven lang ongeopend op de plank blijven staan. Dat was de reden, “waarom ik de winkel moest verlaten (…), aangezien ik deed wat ik kennelijk in alle boekwinkels doe vanwege dat gekmakende gedicht: een boek van een plank pakken en het open laten waaieren zodat elke bladzijde wat licht opvangt, het daarna terugzetten, dan het boek ernaast pakken en hetzelfde doen, wat zeer tijdrovend is, ook al lijkt men er in tweedehandswinkels minder bezwaar tegen te hebben dan bij Borders of Waterstones enzovoort, waar men gewoonlijk niet waardeert als je de ruggen van nieuwe boeken buigt of knakt.”(p.35) lees meer …

Kleine letters

12 / 11 / 2008

Ik las bij blogger Jos Geysels dat lettertypes een rol in de campagnes van Barack Obama en Hillary Clinton hebben gespeeld. Hillary had blijkbaar een voorkeur voor de klassieke Baskerville-letter. Dat een lettertype nog altijd naar hem wordt genoemd, zou John Baskerville zelf verheugd en misschien wel verbaasd hebben. Deze 18de-eeuwse papiermaker, lettergieter en drukker was een merkwaardige man. Niet alleen ontwierp hij een eenvoudig en elegant lettertype dat nog altijd gebruikt wordt en van groot vakmanschap getuigt, hij drukte zijn boeken op een andere uitvinding van hem, het kwaliteitspapier velijn. Wie een boek uit zijn atelier doorbladert, weet dat dit papier driehonderd jaar later, indien goed bewaard, nog altijd oogt alsof het rechtstreeks van de drukker komt. lees meer …

Een zomer in België (1)

08 / 07 / 2008

Het Engelse stadje Stamford is een juweel. Het wordt voorlopig ongemoeid gelaten door toeristen, maar filmproducenten op zoek naar intacte decors voor hun 18de of 19de eeuwse ‘costume drama’s’ weten het wel liggen. Ik kocht er een intrigerend boek. “A saunter in Belgium in the summer of 1835; with traits, historical and descriptive”. De auteur heet George St. George. Het enige wat ik over hem te weten kwam, staat in het boek. Hij noemt zich Engelsman, maar vergelijkt mensen en landschappen vaak met wat hem in Ierland is opgevallen. En bij de beschrijving van een heilige mis in de Gentse Sint-Baafskathedraal bekent hij zich “van hetzelfde geloof” als de celebranten. Dat doet hij om zijn geloofwaardigheid te staven want “ik zag nooit mannen met zulke sinistere tronies”. lees meer …