blog/Johan De Haes

Girls in a twitter

17 / 07 / 2009

  Een opmerkelijke geheimhouding in de literatuurgeschiedenis had in Haworth in het Engelse graafschap Yorkshire plaats. Daar woonden de drie dochters van de plaatselijke dominee in het pastoriehuis dat uitkeek op kerk en kerkhof, maar achteraan toegang gaf tot de onherbergzame “moors”. De drie zusters hadden samen met broer Branwell hun jeugdige fantasieën in schriftjes opgetekend, maar in 1847 werd het menens. Kort na elkaar verschenen de romans “Wuthering Heights”, “Jane Eyre” en “Agnes Grey”. Als Currer (Charlotte), Ellis (Emily) en Acton (Agnes) Bell zullen deze drie jonge vrouwen (van wie twee nog voor hun dertigste overlijden) bekendheid krijgen. Hun echte namen bleven nog een tijdje voor de buitenwereld verborgen. De geesten waren voor een openlijk auteurschap nog niet rijp. Hun succes riep nog teveel vragen op. Laaiden de passies niet te hoog op in “Jane Eyre” en “Woeste Hoogten”? Was dit moreel wel verantwoord? Was de taal niet te ruw?

Critici hadden nog groter voorbehoud gemaakt indien ze geweten hadden dat de Bells geen broers maar zusters waren. Mannelijke pseudoniemen waren een voorwaarde om dit “ongepolijste” en romantische proza gepubliceerd te krijgen. Maar nu ging het gerucht dat het om één en dezelfde persoon ging. Zwijgen kon niet langer meer. Anne en Charlotte Brontë namen in allerijl vanuit Leeds de nachttrein (!) naar Londen en kwamen op 4 september 1848 op 65, Cornhill aan, het adres van uitgeverij Smith, Elder en co. lees meer …

Lezen in oorlogstijd

23 / 06 / 2009

Oorlog was ooit een gebeiteld literair onderwerp. De Ilias van Homeros is een grote oorlogsroman, een inventaris van heroïek, list, hebzucht, verraad, en propaganda. De Romeinen lieten zich ook niet onbetuigd. Caesar schreef het verslag van zijn militaire veldtocht in Gallië. Onze voorouders (voor zover zij niet als lijfeigenen de grond moesten bewerken) waren gek op ridderromans. Het Catalaanse epos Tirant-lo-Blanc en de Don Quichote zorgden dan weer voor een ironische kijk op al dat hooggestemde en heroïsche wapengekletter, maar toen waren de Middeleeuwen al zo goed als voorbij. Met de opkomst van de burgerij in Europa worden liefde en bezit de inzet van een nieuwe strijd. De oorlog verliest van zijn heroïsche pluimen (tenzij op de sjako’s van walsende officieren onder de Weense salonluchters). lees meer …

Een geletterde Coburg

18 / 05 / 2009

Jeroen Brouwers houdt niet van koningshuizen. In zijn vloekschrift “Sisyphus’ bakens” (2009) vertelt hij hoe de Belgische hofmaarschalk Herman Liebaers hem ooit wat in het oor fluisterde. De hoveling had “zijne vroomheid tijdens versnipperde kwartiertjes enige elementaire Hermanskennis bijgebracht”. Met “zijne vroomheid” wordt uiteraard Boudewijn, koning der Belgen bedoeld. Boudewijn overhandigde in 1977 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren (‘de keutelprijs’, schrijft Brouwers) aan de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans. Jaren later, toen Gerard Reve dezelfde prijs in ontvangst mocht nemen, liep het om wel bekende redenen helemaal verkeerd. Wat Brouwers de vaststelling ontlokt: “Er is aan het Belgische alsook het Nederlandse Hof in geen eeuwen een literair boek ingezien”. Een beschuldiging die kan tellen. Maar is het wel waar? Laten we eens kijken naar enkele telgen uit het geslacht der Coburgs. lees meer …

Wie zei dat ook weer?

08 / 12 / 2008

 

Enkele weken geleden signaleerde ik het boekje van Pierre Bayard (22.10 “Lezen en praten”). Als u even terugscrollt, beste lezer, zal u ook een foto van het omslag zien, met de titel van de Nederlandse vertaling (“Hoe te praten over boeken die je niet gelezen hebt”). Onderaan, naast de naam de van uitgeverij (De Geus), kan u op eigen kracht of met een goede bril het volgende citaat ontcijferen: “Ik lees nooit een boek dat ik moet recenseren; je laat je zo gauw beïnvloeden”. En daaronder staat de naam van de auteur: Oscar Wilde. Inderdaad: grappig, absurd, paradoxaal, “full of wit”. En volkomen herkenbaar. Alleen heeft Wilde nooit zo iets gezegd of geschreven. Heel toevallig ben ik dat te weten gekomen.

 

 

lees meer …

Griezelen met M.R. James

30 / 10 / 2008

De naam Montague Rhodes James (1862-1936) zegt u wellicht niet veel. Toch staat hij bekend als de grootste Britse schrijver van spookverhalen in de twintigste eeuw. Ik las onlangs een aantal verhalen van hem en was onmiddellijk verkocht. De “ghost story” is een populair subgenre dat in de hoogdagen van de “magazines”, in de 19de en het begin van de 20ste eeuw, druk werd beoefend, maar door de kritiek niet altijd ernstig werd genomen. Toch was M.R. James niet zo maar een broodschrijver.

lees meer …