blog/Johan De Haes

Benno zkt. Barnard

30 / 09 / 2009

Liefde, ook voor een land, zoekt onafgebroken naar verklaringen die altijd partieel blijven.

Ook de “atavistische Engelsman” Benno Barnard ontsnapt daar niet aan. Hij is de zoon van een Nederlandse dominee en woont al lang in het koninkrijk België waarvan hij één van de vurigste conservatieve verdedigers is. De liefde voor Engeland werd hem met de paplepel ingegeven (ongetwijfeld gevuld met de vette, hete custard die in een verfijnde Franse versie crême anglaise wordt genoemd). Geen puberteitscrisis kon daar achteraf wat aan veranderen. Zijn vader Willem Barnard was een protestantse dominee met een afkeer van calvinistische haarkloverijen en een verlangen naar traditie en poëzie. Hij is de dichter Guillaume van der Graft. Zoon Benno is ook een dichter, maar geen dominee. In 2005 trok Benno met vrouw en kinderen naar het oude havenstadje Rye. Het ligt op een heuvel die ooit een schiereiland was, op de grens van de zuidoostelijke graafschappen Sussex en Kent. In het begin van de 20ste eeuw onderzocht en cultiveerde de Amerikaanse schrijver Henry James er zijn gevoelens van “”vage buitenlander”. In zijn gelijknamige boek gaat Benno Barnard op zoek naar zijn eigen diep-subjectieve anglofilie die hij tegelijk ontleedt en celebreert. Een warm en lezenswaardig boek. lees meer …

The Poet Laureate

04 / 05 / 2009

De eerste officiële Poet Laureate was de dichter en toneelschrijver John Dryden. Hij werd door de Stuart-koning Charles II aangesteld. Van een “laureate” verlangt men dat hij koninklijke geboortes en huwelijken in verzen bezingt. “Versificator Regis” was een oudere en onbruikbaar geworden maar niet onaardige titel. Toen dichters aristocratische brood- en beschermheren nodig hadden, was deze functie op, het eerste gezicht althans, gemakkelijker uit te oefenen dan nu. De afhankelijkheid van een dichter is ondertussen onzichtbaar en subtiel geworden. De titel “Poet Laureate” is meer dan ooit zowel een valstrik als een eer. Maar het publieke karakter van een dichterschap is ook bij ons geen taboe meer. Stadsdichters en Dichters des Vaderlands zijn niet langer schertsfiguren. Zij ontlenen hun bestaansrecht aan een vage volkssoevereiniteit en aan zichzelf, niet meer aan een vorst of burgemeester.
lees meer …