Hoe belangrijk is de plek waar een boek gelezen wordt? In een van de gekste boeken over lezen en lezers, “The Anatomy of Bibliomania”, een kanjer volgestouwd met anekdotes, vertelt Holbrook Jackson het verhaal van Mrs. Dyble. Deze dame woonde in het huis (nu museum) van Dr. Johnson in Gough Square. Tijdens een Duits bombardement op Londen, weigerde Mrs. Dyble, zolang haar man aan het front was, in de kelder van het 18-de eeuwse huis te gaan schuilen. Nee, ze trok naar de zolder en las er in Boswell’s Life of Johnson, tot de vijandige bommenwerpers uit het luchtruim verdwenen waren. Uitdagend, heldhaftig en flegmatisch, ongetwijfeld, maar de zolder was ook de plek waar Johnson en zijn hulpjes destijds, op een vergelijkbaar heroïsche wijze het Grote Woordenboek vervaardigd hadden. Zo staat het ook beschreven in de biografie van James Boswell. Kortom, geen betere plek om in dat beroemde boek te lezen. Of niet? Lezen we een boek best op een geassocieerde plek of juist niet, om de woorden zo zuiver mogelijk tot ons te laten doordringen?
Onweer en codeïne
Ooit las ik “Wuthering Heights“, weliswaar in de enige beschikbare Franse vertaling (”Les hauts de Hurlevent”), tijdens een zomers onweer in een vakantiehuis in de Belgische Ardennen. Bij de lectuur van “De Toverberg” lag ik koortsig in bed, verdoofd door een stevige hoestsiroop met codeïne (waarvoor ik mijn naam en adres aan de apotheker had moeten overhandigen). De intellectuele discussies tussen Settembrini en Castorp in het sanatorium van Davos waren op een passende wijze even verhit als deze koortsige lezer. Met “Le Lys dans la Valée” trok ik naar Tours, dichtbij het Château de Saché (foto), het sfeervolle Balzac-museum in de groene vallei van de Indre. “The Decline and Fall of the Roman Empire” kwam tijdens een lange vakantie in een snikheet Rome aan de beurt. Was Edward Gibbon zelf niet op het idee gekomen toen hij ongeschoeide paters vespers hoorde zingen in de oude Tempel van Jupiter op het Capitool? Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik met eenzelfde enthousiasme “De bekentenissen van Zeno” heb gelezen zonder dat er een rookverslaving (of de wil om er een einde aan te maken) aan te pas kwam. En aan het slot van het overrompelende “Een held van deze tijd” ging ik niet op zoek naar dubbelganger om mee te duelleren. Het mag niet te gek worden.
Egdon Heath en Thomas Hardy
Halfweg de jaren zeventig reisde ik voor het eerst naar Groot-Brittannië. Ik had een exemplaar van “The Return of the Native” in mijn bagage gestopt. In een onvergetelijk openingstafereel riep Thomas Hardy het 19de-eeuwse heidelandschap in het graafschap Dorset op. Dat landschap (foto) is nu grotendeels verdwenen Wie enigszins met de romans van Hardy vertrouwd is, herinnert zich hoe landschappen bij hem bijna personages zijn. Maar in de buurt van het dorpje Piddletrenthide en met de hulp van een geel-bruine zonsondergang, bleef er van de oude heath toch voldoende over voor een op herkenning beluste lezer. In “De som van misverstanden” (nog altijd zeer leesbare en enthousiasmerende essays over ‘het lezen van boeken’) begint Maarten ‘t Hart zijn opstel over Hardy als volgt: “Helaas kan ik niemand aanraden om Egdon Heath te bezoeken. In de romans van Thomas Hardy lijkt Egdon Heath een uitgestrekte heidevlakte waarop het wemelt van geelgorzen, kerkuilen, hagedissen, valken, haviken, egels en glimwormen. In werkelijkheid is de heide grotendeels in cultuur gebracht al zijn er hier en daar nog wat schaarse plekjes over in de omgeving van de stad Dorchester, de plaats waar Thomas Hardy het grootste deel van zijn leven heeft gewoond.” Zo’n plekje had ik nog met wat geluk gevonden.
Lezen in het zadel
“The Anatomy of Bibliomania” bevat hoofdstukken met intrigerende titels als “Of Bibliantropomorphism”, “Bibliobibacity with a Digression of Ecstasy”, “Varieties of Book-Eaters”, “Anti-Bibliokleptic Measures” of “Reading at the Toilet” (niet on the toilet, wat mij eveneens een schier onuitputtelijk onderwerp lijkt). Holbrook Jackson citeert de 18de-eeuwer John Wesley (foto), vrome voorman van het Methodisme, dichter van vele lofzangen en dagboekschrijver. Wesley was een onvermoeibare rondreizende prediker en zieltjeswinner. Of het om Luther of de Ilias ging, lezen deed hij noodgedwongen in het zadel. En hoe kwam het dat zijn paard nooit struikelde? Omdat hij al lezend de teugels niet strak gespannen kon houden, hield hij zichzelf voor. De romantische dichter Percy Bysshe Shelley en de essayist Charles Lamb wandelden al lezend door de drukke straten van Londen. Lamb stierf weliswaar in zijn bed maar Shelley verdronk voor de kust van La Spezia. Hij spoelde aan met de gedichten van Keats op zak, wat de identificatie van het aangevreten lijk vergemakkelijkte, maar het was een storm die hem het leven had gekost. Wat Holbrook Jackson niet zag (en ik wel) is een vrachtwagenchauffeur op een autoweg, die, voeten op het stuur een boek aan het lezen was. Maar misschien was dat gewoon een moderne variant van de lezende ruiter.
Trollope en ‘t Hart
Maarten ‘t Hart heeft veel gelezen en geschreven. Toen hij in militaire dienst was, moest hij dagelijks veertig minuten, heen en terug naar zijn standplaats, met de trein reizen. Wat moet ik in deze omstandigheden lezen, vroeg hij zich af. Het moest een schrijver zijn die niet te boeiend was, zodat Maarten telkens zonder hartpijn na twintig minuten kon ophouden. Zijn romans mochten niet te moeilijk zijn en hij moest er genoeg geschreven hebben. Driehonderd dagen zorgden voor twaalfduizend minuten. “Daar ik ongeveer zeshonderd woorden per minuut lees zou het oeuvre van de door mij te kiezen auteur uit minsten zeven miljoen woorden moeten bestaan.” Zo kwam Maarten ‘t Hart bij de Victoriaanse schrijver Anthony Trollope terecht. Trollope schreef 47 romans (zijn moeder Fanny begon op haar 50ste en schreef meer dan honderd boeken). Maarten ‘t Hart hield er wel een levenslange bewondering en verslaving aan over. Merkwaardig is wel dat ook Anthony Trollope vaak op trein of schip las of schreef. Hij bekleedde een belangrijke functie bij de Britse Post en zorgde als hoge functionaris voor de vestiging en uitbouw van het internationale postverkeer. In zijn postume autobiografie toonde hij zich ongemeen (bijna hardvochtig) kritisch over zijn eigen werk. Wel was hij fier op zijn gelijkmatige vakmanschap. Voordat hij ’s morgens naar het werk trok, schreef hij, klok op de schrijftafel, een afgemeten aantal woorden, zo veel per kwartier zo veel per uur. De kritiek heeft het hem jarenlang niet vergeven. Het publiek is hem nooit vergeten.
Henry James in de metro
“Is het beter boeken over Engeland in het buitenland te lezen” vraagt Susan Hill zich af in “Howards End is on the Landing, “of horen reisverslagen over verre exotische plekken in een rijtjeshuis thuis?” I think it is a false trail, besluit Susan Hill. Het belang van de leesplek? Heel relatief, denkt ze. “Wat maakt het uit? Ik heb in treinen, op boten en vliegtuigen gelezen, in bed, op de sofa, op een vensterbank of op een ligzetel in de tuin, in hotellobby’s, op banken, zelfs in wachtrijen. Nooit in auto’s. Wellicht is geen enkele nuance in een late roman van Henry James helemaal te vatten als je in een vol treincoupé moet staan of je in een lokaal met lawaaierige kinderen bevindt. Maar een grote concentratie kan een lezer juist van de buitenwereld afsluiten en de aandacht even intens maken als in een muisstille bibliotheekzaal. Ik heb mensen zowel zeer moeilijke boeken als pulp zien lezen in de metro. Misschien werkt een spookverhaal beter bij een nachtelijk haardvuur en huilende wind in de schoorsteen. Misschien doet ook Wuthering Heights het beter in deze omstandigheden, maar misschien dat ook heel andere boeken daar baat bij zouden hebben.”



Recente Reacties